We kennen ze allemaal: slimme kleuters. De kinderen die vlot het juiste antwoord weten, die alles vanzelf lijken te kunnen. De kinderen met een hoge A of I score op de CITO’s. Kinderen met inzicht, humor, bijzondere interesses en talent. In deze serie over slimme kleuters kijken we om welke kinderen het nu precies gaat, hoe we hen het beste kunnen begeleiden en wat we hen het beste kunnen laten doen. Want hoewel het lijkt alsof deze kinderen overal vanzelf doorheen fietsen, hebben ze onze hulp toch echt nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen! Vandaag hebben we het over het verschil tussen hoogbegaafdheid en een ontwikkelingsvoorsprong.

slimme kleuters - over het verschil tussen ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid - Lespakket

Kleuters ontwikkelen zich in sprongen. Dit houdt in dat een kind op bepaalde gebieden in de ontwikkeling soms even stil lijkt te staan, en dan ineens met grote stappen door de ontwikkeling heen gaat. Ook kan het zijn dat een kleuter iets ineens niet meer weet, of juist terug lijkt te gaan in de ontwikkeling. Niets om je zorgen over te maken, vaak trekt het vanzelf weer bij. Het kan namelijk zijn dat een kind druk bezig is met een ander deel van zijn ontwikkeling. We weten immers ook dat kleuters gevoelige perioden hebben, waarin ze veel interesse tonen in één ontwikkelingsgebied.

Wat is een ontwikkelingsvoorsprong?

Een kind dat op bepaalde gebieden in de ontwikkeling duidelijk voorloopt op zijn leeftijdsgenoten, heeft een zogenoemde ontwikkelingsvoorsprong. Het woord zegt het al: het kind heeft een voorsprong in de ontwikkeling. Sommigen vinden de term wat ongelukkig gekozen, omdat het woordje ‘sprong’ in zou houden dat het iets tijdelijks betreft.

Ik denk dat het er maar net vanaf hangt wat je wilt horen.

We hebben in een kleuterklas te maken met kinderen die op verschillende momenten in de basisschool ingestroomd zijn. Een kind dat op 1 januari geboren is, start op vier-jarige leeftijd in groep 0, gaat na de zomervakantie naar groep 1 en het schooljaar daarop naar groep 2. Dat zijn dus 2,5 kleuterjaren om je optimaal te ontwikkelen. Een kind dat op 31 december geboren is, zou in principe in kunnen stromen in groep 1, en na de zomervakantie door kunnen stromen naar groep 2. Dit kind heeft dan slechts 1,5 kleuterjaren achter de rug.

Al die verschillende leeftijden, in combinatie met de ontwikkeling die bij elk kind weer anders en in sprongen verloopt, resulteert in een brede variatie aan niveaus, op elk vakgebied. Anders gezegd: een kind dat een ontwikkelingsvoorsprong heeft op gebied van rekenen, kan met taal op een gemiddeld niveau zitten, en motorisch juist onder het gemiddelde presteren. En daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat ‘onder het gemiddelde’ niet goed is. Immers: we weten dat de ontwikkeling in sprongen verloopt, en dat het kind deze ‘achterstand’ nog weer in kan halen. Geen zorgen.

Ook speelt hierbij mee dat vooral bij kleuters de invloed van de omgeving op de ontwikkeling nog heel sterk te zien is. Een kind dat in de eerste vier levensjaren in een rijke omgeving opgegroeid is, kan een voorsprong hebben op een kind dat juist uit een arme omgeving komt. (Arm en rijk heeft hier niets te maken met geld, maar met ontwikkelingskansen!) Stel dat twee kinderen even intelligent zijn, dan kan het zijn dat het kind in de rijke omgeving met een ontwikkelingsvoorsprong de school binnen komt, terwijl het andere kind uit een arme omgeving nog geen kans heeft gehad een voorsprong te ontwikkelen.

De term ontwikkelingsvoorsprong zegt dus iets over de fase waarin het kind zich in de ontwikkeling bevindt, en niet zozeer iets over het kind zelf. De voorsprong kan van voorbijgaande aard zijn, en kan zich in één ontwikkelingsgebied voordoen.

Bestaat hoogbegaafdheid bij kleuters?

Hoogbegaafdheid wordt gedefinieerd door 3 kenmerken. Allereerst wordt de hoge intelligentie genoemd: bij een IQ van meer dan 130 hoor je bij de 2,5% van de mensen met een hoge intelligentie. Vervolgens wordt creativiteit genoemd. Dat heeft niet zozeer iets te maken met knutselen, maar meer met creatief omgaan met kennis, creatieve oplossingen bedenken, op een andere manier naar de stof kunnen kijken. Tot slot wordt een sterke motivatie genoemd. Kinderen die een hoge prestatie willen leveren, die zich vastbijten in een opdracht, die niet opgeven voordat ze het antwoord gevonden hebben. Heb je deze 3 kenmerken in huis, dan ben je hoogbegaafd.

Een kind dat in groep 6 zit, en deze 3 kenmerken laat zien, wordt hoogbegaafd genoemd. De vraag is nu natuurlijk: was dit kind als kleuter ook al hoogbegaafd? Is het hoogbegaafd geboren? Het antwoord is ja en nee. Het zou namelijk maar zo kunnen zijn dat dit kind als kleuter zijn hoogbegaafdheid nog niet kon laten zien. De aanleg was er, maar de 3 kenmerken waren nog niet zichtbaar.

Bovendien is het bij een kleuter nu eenmaal lastig het IQ vast te stellen. Er zijn wel testen voor kinderen tussen de 4 en 6 jaar oud, maar het IQ is niet betrouwbaar. Ook kan het zijn dat een kind wel hoog intelligent is, maar dit op school nog moeilijk kan laten zien. Dit komt doordat de interesses van het kind zo ver van de gemiddelde kleuter af liggen, dat er in de kleuterklas weinig ruimte is om aan de kennishonger van dit kind tegemoet te komen.

Ook motivatie en creativiteit kunnen bij kleuters nog moeilijk te zien zijn. Misschien komen ze juist helemaal niet gemotiveerd over, en lijken ze eerder een beetje lui en niet taakgericht. Ze kiezen immers de weektaak werkjes altijd op het laatste moment? Of ze raffelen het werk af, zonder er kritisch naar te kijken. Maar denk je eens in: zou jij gemotiveerd zijn voor een taak die ver beneden jouw kunnen ligt? Of als je het nut er niet van in ziet?

Kenmerken van slimme kleuters

Toch zijn er kinderen die potentieel hoogbegaafd zijn, die de aanleg hebben om bijzondere prestaties te leveren. Dit zijn kinderen die soms op meerdere gebieden een ontwikkelingsvoorsprong hebben, die niet van voorbijgaande aard is. Het kan ook zijn dat jij als leerkracht die voorsprong helemaal niet ziet! Soms heb je hierbij informatie van ouders nodig. Mijn advies is: neem ouders heel serieus als ze hun vermoeden uitspreken dat hun kind hoogbegaafd is. Vraag door, laat ze vertellen welke kenmerken zij dan in hun kind zien. Het feit dat jij het op school niet ziet, wil niet zeggen dat de aanleg er niet is. Vooral jonge hoogbegaafde kinderen zijn een ster in het zich aanpassen aan de omgeving!

Let op: het feit dat het kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, wil niet zeggen dat je als leerkracht niets hoeft te ondernemen omdat het normaal is. Ook moet je niet afwachten of de voorsprong blijft of weer verdwijnt. Beter is het om te kijken of je nog andere kenmerken kunt ontdekken, en of de voorsprong zich op meerdere gebieden uit.

Maar wat zijn dan de kenmerken waar je op moet letten? Wat kun je dan zien aan een potentieel hoogbegaafd kind? Graag verwijs ik naar het boek Aan de slag met slimme kleuters van Eleonoor van Gerven. Zij schreef dit boek als praktisch handboek met 8 aanraders voor IB-ers. Als specialist hoogbegaafdheid vind ik het een enorm handig boek!

Slimme kleuters - ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid - Lespakket

Bestel ‘Aan de slag met slimme kleuters’ bij bol.com

Zij noemt in het tweede hoofdstuk een aantal leer- en persoonlijkheidseigenschappen van slimme kleuters. Ze zijn nieuwsgierig, onderzoekend, kunnen goed onthouden, kunnen lastige denkproblemen aan. Ze zijn snel van begrip en stellen veel vragen. Slimme kleuters houden van uitdagingen, kunnen reflecteren en hebben leiderschapskwaliteiten.

Het is goed te weten dat slimme kleuters deze eigenschappen niet altijd laten zien. Zorg er als leerkracht voor dat je voldoende situaties creëert waarin alle kinderen aangesproken worden op hun kwaliteiten. Open opdrachten, waarin veel ruimte is voor de onderzoeksvragen van kinderen, waarin kinderen mogen experimenteren, zijn hiervoor meer geschikt dan gesloten opdrachten. Zie je een twinkeling in de ogen, een leergierigheid die ineens boven komt, een gretig kind dat zich stort op de opdracht en de leiding overneemt, dan weet je dat je goed zit. Neem een stap terug, en observeer. En vergeet niet te genieten!

Slimme kleuters vs. hoogbegaafde kleuters

Op JufBianca.nl zal ik de term ‘slimme kleuters’ blijven gebruiken, in plaats van ‘hoogbegaafde kleuters’. Dit omdat ik niet wil dat deze suggesties alleen gebruikt worden voor de kinderen die hun hoogbegaafdheid al bij de kleuters kunnen tonen. Het gaat mij er vooral om het potentieel in kinderen te ontdekken. Eigenlijk geldt dat natuurlijk voor alle kinderen in je klas. Er is veel aandacht voor de zorg aan de onderkant van de IQ-grens bij kleuters, en er is nog niet heel veel geschreven over de bovenkant. Daar is onze zorg ook nodig, want niet alle potentieel hoogbegaafde kinderen hebben het geluk dat ze uit zichzelf alle kenmerken van hoogbegaafdheid even sterk kunnen ontwikkelen.

Wat zou jij willen leren over slimme kleuters? Laat het ons weten!