Wist jij dat een slimme kleuter zich binnen 6 weken aan kan passen aan de situatie op school? Een kind kan het gevoel krijgen dat er geen plaats is voor zijn inbreng, en past zich aan bij wat de andere kinderen doen. Dit leidt vaak tot frustratie bij het kind, soms ook alleen thuis. Jij ziet op school een kind dat keurig mee doet met de rest, ouders zien hun kind thuis veranderen. Met het artikel van vandaag wil ik je een kijkje geven in de gedachten van het slimme kind.

slimme kleuters - 7 redenen voor onderpresteren - Lespakket

Iedereen doet het zo, daarom doe ik het ook (aanpassen)

Je ziet hier bijvoorbeeld het kind terugvallen in de tekenontwikkeling. Waar het thuis al mooie ‘poppetjes’ tekende, tekent het op school ineens weer koppoters. Of het gaat krassen, want dat doet dat andere kind ook.

Als ik het zo/dit doe, is het goed genoeg (motivatie)

Om de weektaak af te krijgen, moet je 3 werkjes doen om 3 kruisjes te verdienen. Het kind doet dat, maar is niet (meer) gemotiveerd om meer dan dat te doen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dit vooral bij oudere kinderen zie, kleuters hebben vaak een andere manier om demotivatie te laten zien!

Als ik laat zien wat ik kan, krijg ik steeds de beurt (niet willen opvallen)

Vreselijk eng, als je in de kring een beurt krijgt. Je kunt beter niet laten zien dat je het antwoord al lang weet, want dan krijg je te horen hoe ontzettend knap je bent én je krijgt daarna nog een moeilijkere vraag. En iedereen weet: moeilijk is eng!

Dit is makkelijk, dat moeilijke kan ik vast niet (faalangst)

Zoals ik al zei: moeilijk is eng. Kinderen die steeds te horen krijgen hoe knap ze zijn, kunnen een fixed mindset krijgen. Ze denken dat ze alleen dat kunnen, en dat moeilijke NIET. Soms gaan kinderen zelfs huilen als hen iets moeilijks aangeboden wordt! Leerkrachten kunnen ten onrechte denken dat het kind hier nog niet aan toe is, sterker nog, dat het gewoon nog een beetje jong is. Met alle gevolgen van dien…

Er wordt niet méér van me gevraagd (uitdaging)

Jij hebt vast ook wel eens een cijfer aangewezen, en de kinderen gevraagd: “Welk cijfer is dit?” Realiseer je je dat er kinderen zijn die oprecht zullen denken dat jij niet weet wel cijfer dat is? Het slimme kind ziet dit heel goed: er zijn kinderen die het nog niet weten, maar de juf weet het zelf ook niet! De leerkracht die niet in de gaten heeft dat dit kind méér nodig heeft, zal ook niet meer vragen.

Ik leer op een andere manier dan op school gebruikelijk is (leerstrategie)

Hoe frustrerend moet het zijn als je als kind heel slim bent, maar dit niet kunt laten zien, omdat je op een andere manier leert dan de rest van de klas? Beelddenkers hebben hier bijvoorbeeld last van. Ons talige onderwijs is voor hen niet geschikt zonder aanpassingen. Hierbij moet ik altijd denken aan de quote van Einstein:

Everyone is a genius. But if you judge a fish on the ability to climb a tree, it will live its life believing it’s stupid.

Ik ben begaafd in andere dingen dan rekenen en taal (interesse)

Juf wil het graag hebben over de getallen van 1-10. Ok, speciaal voor het slimme kind betrekt ze de getallen tot 20 of zelfs tot 100 erbij. Maar wat als dit kind helemaal niets wil weten van letters en cijfers, maar meer bezig is met dinosauriërs, of de planeten? Hiervoor is bij de kleuters vaak nog plaats, maar hoe ouder het kind wordt, hoe meer de lessen ‘vast’ zitten in de methodes. Dan moet je toch werken in je taalschrift *zucht*.

Zo zie je maar weer hoe belangrijk goed signaleren van hoogbegaafdheid is, ook en zeker in de kleuterklas! Wil je nog meer lezen over dit onderwerp, lees dan ook eens dit artikel over hoogbegaafdheid en een ontwikkelingsvoorsprong.