Ken je het begrip vingerversjes? Het zijn versjes, waarbij je met je handen en vingers het versje uitbeeldt. Door deze toevoeging, worden de versjes niet alleen geschikt voor de taalontwikkeling, maar ook voor de motorische ontwikkeling. Het bewegen van de handen, het bewegen van de vingers los van elkaar, zorgt ervoor dat de kinderen hun handmotoriek oefenen. Twee vliegen in één klap! Ach, en de versjes zijn gewoon ook heel erg leuk. Ik kan me nog herinneren dat mijn kleine zusje op school het versje van Hompeltje en Pompeltje geleerd had. Toen ik dat versje thuis nog eens voor haar op zei, moest ik het steeds opnieuw doen. Onze zoon heeft vorig jaar het versje van de spinnetjes geleerd, en dat zegt hij nu nog steeds op. Tijd voor een verzameling van vingerversjes dus!

6 vingerversjes - thema herfst - Juf Bianca

 

Gelukkig is er iemand op het idee gekomen een boek te maken met vingerversjes. Hierin staat niet alleen een verzameling van ‘oude’ versjes, maar ook nieuwe. Met mooie tekeningen en een bijbehorende dvd lijkt dit boek me zeer geschikt voor op school en thuis!

Thema herfst - vingerversjes - Lespakket

Dit boek De wereld in mijn handen is geschreven door Kristien Dieltiens, en geïllustreerd door Milja Praagman en uitgegeven door De Eenhoorn.

Hompeltje en Pompeltje

Maak twee kleine mutsjes van vilt, die op je duimen passen. Teken bij de kinderen kleine oogjes op hun duimen

Hompeltje en Pompeltje, die klommen op een berg (met je duimen omhoog bewegen)
Pompeltje was een kabouterman (ene duim bewegen), en Pompeltje was een dwerg (andere duim bewegen)
Ze klommen hoog, tot in het topje (beide duimen hoog boven je hoofd bewegen)
En ze schudden met hun kopje (beide duimen schudden)
Nu zijn ze in de berg gekropen (duimen verstoppen in je vuist)
Niemand zag ze ooit meer lopen (schudden met je hoofd)
Ze slapen nu, op één oor (zachtjes snurken)
Ik geloof dat ik ze hoor (met je oor bij je vuisten luisteren)
Wakker worden, Hompeltje en Pompeltje! (roepen, en je duimen tevoorschijn laten komen)

Spinnetje

Leuk om te spelen met zwarte handschoenen, eventueel met witte (wiebel)oogjes.

Er was eens een klein spinnetje, op zoek naar een vriendinnetje (met je hand kriebelen)
Ze keek eens hier (hand naar links bewegen), ze keek eens daar (hand naar rechts bewegen)
Toen ging ze maar (hand op je rug verstoppen)
Er was nog een klein spinnetje, op zoek naar een vriendinnetje (andere hand kriebelen)
Ze keer eens hier (hand naar links bewegen), ze keek eens daar (hand naar rechts bewegen)
Toen ging ze maar (hand op je rug verstoppen)
Er waren eens twee spinnetjes, op zoek naar een vriendinnetje (beide handen kriebelen)
Ze keken eens hier (handen van elkaar bewegen), ze keken eens daar (handen naar elkaar toe bewegen)
Toen vonden ze elkaar (handen ineen slaan)

Appelboom

Boven in de boom, aan de hoogste tak (handen boven je hoofd)
Hangen twee appels, op hun gemak (twee vuisten maken)
Ik schudde de boom heen en weer (een schud beweging maken)
De appels viel samen neer (vuisten naar beneden laten vallen)
Ik at ze op, hap slik weg (vuisten één voor één naar je mond bewegen)
Dat was lekker zeg! (over je buik wrijven, of ‘lekker’ gebaar naast je wang maken)

Mijn vriendin de spin

Ik heb een klein spinnetje (hand kriebelen)
Ze is mijn vriendinnetje (hand kriebelen langs je wang)
Ze klimt soms op mijn schouder (hand kriebelen op je schouder)
Of kriebelt aan mijn kin (hand kriebelen aan je kin)
Ze loopt langs mijn arm (kriebelen langs je arm naar beneden), ze loopt langs mijn been (kriebelen langs je been naar beneden)
Ze kriebelt aan mijn dikke teen (kriebelen aan je teen)
En is ze moe, dan spint ze vlug (met je ene hand over je andere vuist bewegen)
Een spinnenbedje op mijn rug (beide handen op je rug)

Het kleine spookje

Neem een wit zakdoekje, vouw het om je wijsvinger heen. Wikkel er wat plakband omheen, en teken oogjes. Met deze vinger speel je het versje.

Ik zag een klein spookje (vinger vooruit wijzen)
Hij kwam naar me toe (vinger naar je toe bewegen)
Ik zei ‘hallo’ (zwaaien met andere hand)
Hij zei alleen maar BOE! (met je vinger iemand laten schrikken)

Tip: bekijk ook eens het project over Joke wil spoken!

Regendruppels

Tien kleine regendruppels (10 vingers laten zien), vliegen in het rond (vingers in het rond bewegen)
Ze vallen op mijn haren, (vingers op je haren bewegen)
ze vallen op de grond (vingers naar de grond bewegen)
Ik pak mijn paraplu, dan blijf ik lekker droog (twee handen boven je hoofd)
Na de regen komt de zon, die maakt een regenboog (een boog tekenen met je handen)

Het is leuk om bij een versje over een spin een spinnenweb te knutselen. Veel plezier!