Soms… lees je een boek, waardoor je direct in de klas aan de slag wilt. In mijn geval zou ik graag weer in de klas staan, om nieuwe dingen uit te kunnen proberen. Dat komt doordat ik het boek De natuurwetten van het kind gelezen heb, geschreven door Céline Alvarez. Vandaag vertel ik je wat ik van het boek vond!

De natuurwetten van het kind - review - Juf Bianca

Céline Alvarez

Céline Alvarez is een Franse taalkundige en leerkracht, die dacht dat het onderwijs anders moest. Met veel moeite kreeg ze voor elkaar dat ze haar ‘experiment’ uit mocht voeren. Ze kreeg een klas toegewezen op een openbare school in een risicobuurt. Ze wilde aantonen dat je, als je de natuurwetten van het kind volgt, ook goede resultaten kunt bereiken met kinderen waarvan je ze misschien niet verwacht. De situatie was niet helemaal zoals ze het wilde: eigenlijk had ze meer ruimte willen hebben, zowel binnen als buiten. Maar ze roeide met de riemen die ze kreeg.

Mag ik je tussendoor een vraag stellen? Hoe heb jij leren lopen?

Je kunt het je waarschijnlijk niet meer herinneren, maar grote kans dat je op een bepaald moment probeerde om te gaan staan, je balans vond, een stapje zette, omviel en het nog eens probeerde. Net zo lang tot het lukte. Er was niemand die jou vertelde dat je moest leren lopen, je wilde het gewoon.

De natuurwetten van het leren

Neurowetenschappers zijn het erover eens dat wij mensen geboren worden met hersenen die klaar zijn om Ontzettend Veel te leren in korte tijd. Denk maar eens aan al die dingen die een kleuter in 4 jaren heeft geleerd, voordat hij jouw klas binnen stapt. Dat is ongekend! En de meeste dingen leerde hij uit zichzelf, door goed naar de omgeving te kijken, door interactie. Nieuwe hersenverbindingen werden in rap tempo aangemaakt en nieuwe vaardigheden werden gebruikt om nog meer nieuwe dingen te leren, zonder dat daarvoor instructie gegeven moest worden.

En toch komen mensen in onze klassen kijken hoe goed wij instructie geven aan kinderen van 4-6 jaar.

Céline Alvarez wilde in haar klas die natuurlijke drang tot leren volgen. Zij bepaalde niet wat de kinderen leerden, dat deden ze zelf. Als een kleuter wil leren tellen tot 1000, dan mag dat. Ze is er trots op dat de kleuters in haar klas vaak leerden lezen en grote sommen konden maken, uit zichzelf.

Relatie, competentie, autonomie

Céline gebruikt in haar klas de materialen die we kennen van Maria Montessori. Bij die materialen, maar ook bij andere vaardigheden die gebruikt worden in de klas, hoort steeds een duidelijke instructie. Dus ja, wel instructie, maar dan aansluitend bij wat het kind zelf wil leren. Maar ook: dat wat belangrijk is om te leren, zodat het werken in de klas ordelijk en rustig verloopt. Deze vaardigheden zijn namelijk belangrijk omdat kinderen zich competent kunnen voelen.

In onderstaand filmpje zie je hoe Anna, de onderwijsassistente, een kind instructie geeft over het aanschuiven van de stoel. Nuttig? Jazeker, want als kinderen hun stoel netjes en zachtjes kunnen aanschuiven, storen ze de andere kinderen niet bij hun werk.

De relatie tussen kinderen en leerkracht en assistente is van groot belang. Céline zorgt voor veel momenten waarop ze kinderen individueel aandacht kan geven. Leren kan pas plaatsvinden als kinderen goed in hun vel zitten.

Door de materialen op ooghoogte van de kinderen neer te zetten, en zó te presenteren dat de kinderen ze zelf kunnen pakken, is er sprake van een grote autonomie. Kinderen mogen zelf bepalen wat ze willen leren, welke materialen ze daarbij nodig hebben en waar ze willen zitten.

Mijn kanttekeningen bij deze werkwijze

Ik ben niet opgeleid als Montessori leerkracht. Ik weet daar wel iets van, maar niet genoeg om een goed oordeel te kunnen geven over deze vorm van onderwijs. Ik ben dol op filmpjes met kinderen die zelfstandig en geconcentreerd bezig zijn in de klas (op haar Youtube kanaal vind je veel van dit soort filmpjes), maar ik mis daarbij wel een voor mij belangrijk onderdeel: de spelhoeken. In haar lokaal zie ik geen huishoek, geen bouwhoek, geen zandtafel.

Tip: De filmpjes van Céline Alvarez zijn allemaal Franstalig. Ik laat me vooral leiden door de beelden, maar als jouw Frans beter is dan het mijne, kun je de Franse ondertiteling aanzetten om het nóg beter te kunnen volgen.

In onderstaand filmpje zie je hoe het lokaal is ingericht, met verschillende ruimtes: een hoek voor ‘praktische vaardigheden’, een hoek voor rekenen, taal, aardrijkskunde en voor beeldende vorming. De ‘praktische vaardigheden’ lijken nog het meest op het spel in de huishoek, maar in plaats van het ‘doen alsof’ is hier vooral ruimte voor vaardigheden die de kinderen in het dagelijks leven nodig hebben. Het schoonmaken van een tafel, het handen wassen, water van de kan in de beker schenken, etc.

Die spelhoeken zou ik wel missen, daar wil ik niet zonder. Bovendien lijken het allemaal materialen te zijn die instructie vragen, waar de kinderen niet zelf mee kunnen/mogen experimenteren. Als trouwe lezer weet je dat experimenteren bij mij hoog in het vaandel staat.

Ook vind ik dat er wel erg veel waarde wordt gehecht aan het feit dat de kleuters al vlot leerden lezen. Ik zie dat lezen als een trucje, ik weet dat kinderen zichzelf kunnen lezen, dus ik vind het niet heel bijzonder. Ik zou er zelf meer trots op zijn dat de kinderen zich breed ontwikkelen met zelfgekozen activiteiten. Ook de aandacht voor ‘aardrijkskunde’, waarbij kleuters de namen van landen in de wereld leren, vind ik wat overdreven. Al snap ik wel dat het hoort bij de visie van ‘leer de wereld om je heen kennen’.

Wat ik anders zou doen als ik nu een eigen klas had

  1. Ik zou veel minder materialen in de klas zetten en ze veel beter ordenen.
  2. Ik zou de verplichte opdrachten laten varen en inzetten op de autonomie van de kinderen.
  3. Ik zou veel minder tafels in het lokaal zetten, zodat de kinderen veel meer bewegingsruimte hebben.
  4. Ik zou veel minder in de kring zitten en daar alleen korte activiteiten doen.
  5. Ik zou álle kinderen individueel instructie willen geven voor wat zij willen leren, in plaats van klassikale instructie op wat IK wil dat ze leren.

Bij dat laatste denk je misschien: dat is toch niet haalbaar? Als je het boek leest, weet je dat dat wel haalbaar is. Bedenk maar eens hoeveel tijdswinst je maakt als je niet meer elke dag instructies in de kring hoeft te geven en ook geen kleine kringen hoeft voor te bereiden met kinderen die extra aandacht of uitdaging vragen.

Dit vraagt wel een extreem goed ingericht lokaal, waar de materialen aanwezig zijn die je nodig hebt bij instructies. Dat hoeven geen Montessori materialen te zijn, dat hoeven zelfs geen dure ontwikkelingsmaterialen te zijn. Als het er maar voor zorgt dat de kinderen kunnen leren wat ze willen leren én zich competent voelen. Want ik denk dat het daar nog weleens aan schort in ons onderwijs. Kleuters hebben veel te snel in de gaten wat ze nog niet goed kunnen, terwijl dat helemaal niet hoeft.

Het maakt niet uit hoe langzaam je gaat, als je maar niet stopt.

En als je de natuurwetten van het kind volgt, kom je er wellicht achter dat ook de ‘langzame kinderen’ veel sneller kunnen dan je denkt.

Conclusie: een aanrader om te lezen, dit boek De natuurwetten van het kind laat je nadenken over je onderwijs. Ik voorspel dat je het niet kunt lezen, zonder iets te willen uitproberen of veranderen in de klas!

Disclaimer: ik heb dit boek niet gekregen van de uitgever, maar voor mijn verjaardag. Mocht je op één van de links in dit artikel klikken en vervolgens iets bestellen bij bol.com, ontvang ik een kleine vergoeding, zonder dat het jou iets kost. Dit verandert niets aan mijn mening!