Stel: jij en de kinderen zitten met de jassen aan in de kring, klaar om naar buiten te gaan. Plotseling wijst een kind je erop dat het buiten regent. Ok, naar het speellokaal dus! Maar je hebt even niets voorbereid, wat doe je? Hier vind je enkele simpele activiteiten die met de standaard uitrusting van een speellokaal uit te voeren zijn!

4 snelle activiteiten voor in het speellokaal - Juf Bianca

1. Ballen

Geef alle kinderen een bal (als dat kan, werk anders in tweetallen en laat de helft van de klas aan de kant zitten) en laat ze er even vrij mee experimenteren. Observeer welke handelingen de kinderen uitvoeren met een bal. Ze kunnen stuiteren, gooien, schoppen (dit kap ik meestal snel af, is te gevaarlijk in een speellokaal), rollen. Leg af en toe het spel neer, laat één kind iets voor doen (of doe zelf iets voor) en vraag of de andere kinderen dit ook kunnen. Je kunt zo heel goed zien hoe balvaardig de kinderen zijn.

Na het vrij experimenteren geef je een gerichte opdracht. Laat de kinderen bijvoorbeeld twee aan twee overgooien of -rollen. Of laat ze op het wandrek mikken. Je kunt ze ook een parcours laten stuiteren. Tijdens de inleiding heb je kunnen zien of de kinderen dit aankunnen!

Als afsluiting kun je bijvoorbeeld fopbal spelen. Ga in een kring staan, en laat alle kinderen de handen op hun rug doen. Gooi de bal steeds rustig naar een kind toe (vanuit het midden). Echter, soms ga je de kinderen foppen en gooi je niet! Wie zijn handen dan toch tevoorschijn haalt, is af.

Je kunt als afsluiting ook ‘de gouden bal’ spelen. Alle kinderen zitten op de bank, met hun handen op hun rug. Eén kind komt bij je staan met de ogen dicht. Jij verstopt nu de bal achter één van de kinderen. Iedereen moet de handen op de rug houden en zingt ‘ra ra ra, wie heeft de bal, die mooie bal van goud’. Het kind dat bij je staat mag zich omdraaien, en raden wie de bal heeft. Bij een verkeerde gok mag dat kind op de grond voor de bank gaan zitten.

2. Pittenzakken

Geef alle kinderen een pittenzak (nogmaals: als dit kan) en laat de kinderen vrij experimenteren. Met pittenzakken kun je gooien en vangen, maar je kunt er ook mee balanceren. Wie kan er lopen met een pittenzak op zijn hoofd? Train de lichaamsdelen door opdrachten te geven als: leg de pittenzak op je buik, op je knie, op je schouder, etc.

Laat de kinderen de pittenzak op de grond leggen verspreid door het speellokaal, en geef opdrachten als ‘spring over de pittenzak’, ‘ga op de pittenzak staan’, ‘loop om de pittenzak heen’. De pittenzakken hebben meestal mooie kleuren, gebruik die ook om oefeningen mee te doen. ‘Alle kinderen met een rode pittenzak gooien die in de lucht en vangen hem weer op’.

Leg nu gekleurde hoepels neer, die passen bij de kleuren van de pittenzakken. Laat alle kinderen bij de hoepel van hun kleur gaan staan, en laat ze de pittenzakken erin gooien. Ze mogen steeds iets verder gaan staan.

Een leuk spel om het groepsgevoel te bevorderen is dit: laat de kinderen in rijtjes zitten (alle rijtjes even lang). Alle pittenzakken liggen vooraan, en de kinderen zitten achter elkaar. Het voorste kind geeft na het startteken de pittenzakken over het hoofd naar achteren door. Zodra het achterste kind alle pittenzakken heeft, brengt die ze in één keer naar voren. Het rijtje dat nu het eerst weer netjes zit heeft gewonnen!

Een mooi stiltespel met pittenzakken: maak een kring en laat één kind met zijn ogen dicht in het midden zitten. Op jouw aanwijzen mogen een paar kinderen heel zachtjes een pittenzak naast dit kind neerleggen. Nu mag het kind in het midden raden hoeveel het er zijn!

3. Parachute

Ok, dit is misschien niet helemaal een item dat hoort bij de standaard uitrusting van een speellokaal, maar het is zó leuk! Een grote cirkel van parachutestof (dit is eentje met 12 handvaten), met in het midden een gat. Laat de kinderen eerst om de parachute heen zitten, en een gedeelte vastpakken met 2 handen.

Leg uit dat jullie zo de parachute gaan bewegen, en dat het belangrijk is dat iedereen hem goed vast houdt. Op jouw teken gaat de parachute bewegen, golven, omhoog, omlaag. Als de parachute omhoog staat, kun je er een kind onderdoor laten lopen. Spreek af dat omlaag betekent: de handen weer naar de grond brengen. Zo kom je vanzelf weer in een rustige positie terecht. De kinderen kunnen erg druk worden door de parachute namelijk!

Laat er ook eens een bal op dansen, wie weet kunnen jullie die bal in het gat laten verdwijnen! Laat de parachute ook eens echt vliegen, door hem omhoog te brengen, en op het hoogste punt los te laten.

4. Bewegen op muziek

Leg voor jezelf een verzameling aan van cd’s met muziek die zich leent voor bewegingslessen. Ik zweer zelf bij de cd van de Efteling en een Disney cd! Als inleiding gebruik ik het liedje “Wij volgen de leider” van Disney. De kinderen staan in treintjes, en het voorste kind bepaalt de beweging. Na een paar bewegingen stop je de muziek en laat je het voorste kind achteraan sluiten. Zo worden ze lekker warm (spreek wel af dat de treintjes heel moeten blijven, rennen door het speellokaal is dan niet zo handig).

Gebruik een lekker rustig muziekje om het lichaam te verkennen. Ik gebruik soms een verhaal van een zaadje dat diep in de grond zit. De kinderen zoeken een plekje voor zichzelf in het speellokaal. Ze rollen zich helemaal op en beginnen langzaam te bewegen (eerst een hand, dan een arm, dan de schouder, etc). Zo groeien ze tot prachtige bloemen die dansen in de wind. Uiteindelijk raakt de bloem uitgebloeid, de bewegingen worden weer langzamer. Uiteindelijk liggen de kinderen weer in hun beginpositie.

Ik gebruik hiervoor ook wel eens het verhaal van zeewier. Dit plantje staat met de voeten vast in de grond. Als het water rustig kabbelt, beweegt het zeewier nauwelijks. Maar als het water wilder gaat stromen, bewegen steeds meer lichaamsdelen mee. Uiteindelijk beweegt het zeewier van hoog naar laag, van links naar rechts. Natuurlijk gaat het water daarna weer rustige stromen, en worden de bewegingen ook rustiger.

Tot slot kun je nog een leuk dansje doen op een muziekje na keuze!

Natuurlijk is dit lijstje nog maar het begin van de mogelijkheden. Ik heb bijvoorbeeld nog niets een de spellessen beschreven! Die vragen weinig tot geen materialen, alleen een kennis van de leerlijn in zang-/ dansspelen en tikspelen, en de opbouw van zo’n les. Met dit lijstje wil ik je een beetje op weg helpen op die dagen dat je niet voorbereid naar het speellokaal gaat. Of ben ik de enige die dat wel eens overkomt?

Wat is jouw favoriete activiteit in het speellokaal?