In de serie goed(koop) onderwijs zal ik verschillende activiteiten beschrijven die uit te voeren zijn met goedkoop of zelfs gratis materiaal. Zo wil ik laten zien dat ook met een krap budget en zonder mooie (maar ook dure) ontwikkelingsmaterialen, je toch goed onderwijs kunt geven. Het materiaal maakt niet dat het onderwijs goed is, dat doet de leerkracht! Vandaag geef ik je tips met (gratis) meetlinten, bijvoorbeeld uit de bouwmarkt.

4x meten met een (gratis) meetlint - goed(koop) onderwijs - Lespakket

Al een tijdje geleden had ik bij de IKEA wat meetlinten ‘geleend’, met het idee daar ooit iets mee te doen. Al die tijd lagen ze in mijn rekenlaatje. Pas toen onze zoon met een rekenlint en een opdracht van school kwam, begonnen de ideeën te borrelen. Tijd voor een artikel over meetlinten!

Het was leuk om te zien hoe onze zoon zelf aan het ‘meten’ ging. Hij vertelde dat juf had gezegd dat ze thuis met het meetlint mochten meten. Hij pakte uit zichzelf een vel papier, en begon de getallen op te schrijven die hij zag. Ik opperde dat hij er dan ook bij kon schrijven of tekenen wat hij gemeten had. Hij wilde het papier de dag erna meenemen voor juf, zodat zij kon zien wat hij gemeten had.

Als jij ook wilt werken met meetlinten, kun je dat op verschillende manieren doen. Ik zal je een paar suggesties geven.

Wat is langer/korter/even lang?

Neem een paar papieren meetlinten, en knip ze door bij verschillende getallen. Nu heb je dus meetlinten met verschillende maten, wel allemaal beginnend bij de 0 uiteraard. Deel de meetlinten uit, en laat de kinderen voorwerpen zoeken die even lang zijn. Ondertussen zullen ze ook voorwerpen tegen komen die langer of korter zijn. Laat hen elke keer benoemen wat langer en korter is. De voorwerpen die even lang zijn, worden in het midden van de kring gelegd.

Hoe lang is het?

Als vervolg op de vorige activiteit kun je het hebben over hoe lang iets nu eigenlijk is. Hiervoor hoef je de meetlinten niet door te knippen. Je laat de kinderen het getal nog laten benoemen dat aan het einde van het voorwerp op het meetlint staat. Net als bij tellen betekent hier het laatste getal dat het voorwerp zo lang is. Als het laatste getal 20 is, is het dus 20 cm lang. In mijn klas kwam ik er al snel achter welke kinderen nog moeite hadden met het benoemen van getallen boven de 10, en bij welke kinderen het kwartje al gevallen was.

Hoeveel blokjes?

Geef de kinderen doorgeknipte meetlinten, van bijvoorbeeld 10 en 20 cm. Geef de kinderen een flinke hoeveelheid blokjes van hetzelfde formaat, bijvoorbeeld DUPLO of houten blokjes. Vraag ze hoeveel blokjes er op het meetlint passen. Het is leuk wanneer kinderen op verschillende hoeveelheden uit komen. Hoe kan dat? Liggen de blokjes netjes tegen elkaar aan? Ditzelfde kan met bijvoorbeeld bladeren in de herfst, of geverfde handafdrukken. Hoeveel blokjes passen er op? Een leuke meet- en telactiviteit!

Omtrek meten

Wanneer je het bos in gaat, neem dan vooral een meetlint mee! Laat de kinderen voorspellen welke boom het dikst is. Laat vervolgens controleren of dit echt klopt, door de omtrek te meten. Je kunt dit ook doen met een zwangere mama, en zo kijken hoeveel de buik gegroeid is per week/maand. Kinderen kunnen ook de omtrek van hun been of een lantaarnpaal meten.

Zo zie je maar weer dat er voldoende manieren zijn om kinderen te laten ontdekken in speelse meetsituaties. Door gebruik te maken van gratis meetlinten is deze activiteit erg goed(koop). Goedkope meetlinten (die je dan natuurlijk niet doorknipt) vind je onder andere bij de Action.

Heb jij nog tips om met meetlinten te werken? Laat het ons weten!