Werk jij met het thema lente? De veranderingen in seizoenen worden vaak besproken in de kleuterklas. We breiden de woordenschat van kinderen uit door voorwerpen mee te nemen in de kring, die te bekijken en te bespreken. Maar vraag jezelf eens af: in hoeverre lukt het je de kinderen optimaal bij je gesprek te betrekken? En maak je gebruik van alle zintuigen? Ik wil je vandaag laten zien hoe de kinderen de lente kunnen ervaren met hun 5 zintuigen.

thema lente - ervaar met alle zintuigen - Lespakket

We weten allemaal dat er 5 zintuigen zijn: onze ogen om mee te zien, onze oren om mee te horen, onze tong om mee te proeven, onze neus om mee te ruiken, en onze handen en huid om mee te voelen. Toch maken we meestal slechts gebruik van 2 zintuigen tijdens onze lessen. We vertellen veel en laten er iets bij zien. Hoe kun je er nu voor zorgen dat alle zintuigen geactiveerd worden?

Ik heb 5 kaarten gemaakt, print ze uit en lamineer ze. Houd steeds één kaart omhoog en stel er de bijbehorende vragen bij. Tip: bewaar de kaarten om ze bij een volgende thema of seizoen weer te kunnen gebruiken. Nog een tip: neem de kaarten ook eens mee naar buiten, en stel de vragen daar!

5 zintuigen

Zien

  • Waaraan zie je dat het lente is? Waaraan zie je dat in de klas? Waaraan zie je dat buiten?
  • Wat zie je in de lente wel, maar in de winter niet?
  • Kun je ook aan ons zien dat het lente is?
  • Kijk eens omhoog, waaraan zie je dat het lente is? Kijk nu eens omlaag.
  • Welke kleuren zie je in de lente?
  • Als het regent terwijl de zon schijn, zie je misschien wel een regenboog!
  • Noem twee dingen die je NIET ziet in de lente.

Horen

  • Waaraan kun je horen dat het lente is? Wat hoor je als je buiten loopt?
  • Laat eens een stukje horen van Vivaldi’s lente, en vraag de kinderen waarom dit bij de lente hoort.
  • Neem een windgong mee naar buiten, en luister naar het geluid.
  • Luister tijdens een regenbui eens hoe de regen klinkt, en probeer dat na te doen door met de vingers op de stoel te trommelen.
  • Vooraan lente hoor je de l. Bij welke woorden hoor je nog meer vooraan de l?

Voelen

  • Voelen kunnen we met onze handen. Hoe voelt het gras? Hoe voelen de knoppen aan de bomen? Hoe voelen bloemblaadjes?
  • Voelen kunnen we met onze huid. Hoe voelt de zon? Merk je verschil wanneer je in de schaduw gaat staan?
  • Voel het verschil tussen een warme wollen trui en een luchtig T-shirt.
  • Voel een donsveertje, voel een schapenvacht.
  • Voel de wind die waait. Is het een koude wind? Is de lucht vochtig of droog?
  • Maak een voelboek met allerlei materialen uit de lente, zoals gras, veren, bloemen, stoffen, schapenwol.
  • Lente betekent ook weer: spelen in de zandbak! Als het weer het toelaat: hoe voelt het zand aan de blote voeten?

Proeven

  • Hoe proeft de lente? Wat eet jij altijd in de lente?
  • Zaai tuinkers in de klas, en proef de kleine blaadjes.
  • Hoe proeft de regen?
  • Wat zou iemand die niet kan proeven missen in de lente?
  • Ga met zijn allen frisse dingen proeven: komkommer, paprika, appel, ijsbergsla.

Ruiken

  • Voor de hand ligt natuurlijk: het ruiken van bloemen. Zorg voor verse bloemen in de klas, en ruik er eens aan. Vinden de kinderen de geur lekker? Over de geur van bijvoorbeeld hyacint is nogal eens discussie.
  • Doe een aantal geuren in een potje, en laat de kinderen kiezen welke geur het beste bij de lente past. Voorbeelden: citroenolie of -rasp, nootmuskaat, speculaaskruiden, kokos, lavendel.
  • Als je buiten staat: vraag de kinderen hoeveel verschillende geuren ze ruiken.
  • Ga ook eens naar buiten na een regenbui, en vraag de kinderen wat ze ruiken.

Hoe laat jij de kinderen de lente ervaren? Maak je gebruik van alle zintuigen?

Lees ook: thematisch werken in de lente