Vandaag is Natascha Bruti te gast op JufBianca. In het kader van de Nationale Voorleesdagen 2014 vertelt zij ons iets over interactief voorlezen. Waarom en vooral: hoe?

Voorlezen. Een woord dat verschillende beelden oproept. De troonrede. Kinderen die met een duim in hun mond in bed liggen te luisteren naar verhaal voor het slapen gaan. Een kind dat een stukje moet voorlezen in de klas. Een leerkracht die voorleest terwijl de klas aan de lippen hangt.

Voorlezen blijft tot op hoge leeftijd boeien. Mensen van alle leeftijden genieten wanneer zij een verhaal goed voorgelezen krijgen. Het ontspant, vergroot de fantasie, vergroot het taalgevoel en verbindt de groep.

Dat zou al reden genoeg zijn om voorlezen een ruime plek in het rooster te geven. Maar als je dan ook nog interactief voorleest, dan kun je werkelijk de kinderen verder helpen in hun ontwikkeling op weg naar de onderwijsdoelen.

interactief voorlezen - Lespakket

Waarom interactief voorlezen?

Interactief. Uit het woord kun je al aflezen dat het gaat over een dynamisch proces tussen meerdere personen. In het geval van school kun je je voorstellen dat het dan vooral gaat over interactie tussen leerkracht en de groep.

Iedereen die kan lezen kan voorlezen. De een kan heel goed voorlezen vanuit een natuurlijke gave, de ander heeft wat meer oefening nodig. Interactief voorlezen kan ook iedereen. De een doet het vanzelf, de ander mag het oefenen. Maar dóe het vooral. Want een verhaal wordt levend, de kinderen kunnen actief deelnemen aan het verhaal en het geeft je de mogelijkheid om meer uit jouw onderwijs te halen. Ik herinner me dat menig voorleesmoment uit de Jip en Janneke tijdens het eten en drinken uitmondde in het lesmoment van de dag.

Sommige leerkrachten kunnen een boek pakken, beginnen te lezen alsof ze het verhaal van buiten kennen en maken het interactief op het moment zelf. Niet iedereen is bedeeld met dat talent.

Hoe lees je interactief voor?

Kies een boek of verhaal dat past bij een onderwerp dat leeft bij jouw groep of een boek dat aansluit op een thema dat je wilt behandelen. Lees het door en vraag je af welke onderdelen geschikt zijn om even ‘uit het voorlezen’ te stappen en de interactie met de groep aan te gaan.

Hoe ga je interactie aan? Daar zijn vele artikelen over geschreven. Voor mij lijkt belangrijk.

  • Wees spontaan en durf uit het verhaal te stappen.
  • Stel open vragen.
  • Vraag naar ‘wat zou jij nu doen’.
  • Koppel het naar andere vakgebieden, zoals drama, wereldoriëntatie of rekenen.

Graag geef ik een indruk van de simpelheid van interactief voorlezen aan de hand van een Jip en Janneke verhaal. Om geen voorkennis te gebruiken Google ik ‘Jip en Janneke verhaaltje’ en kies het bovenste verhaal. Ik zal hier mogelijkheden aangeven uit dit gewone huis-tuin-en keukenverhaal zoals ik dat altijd in mijn kleuterklas beleefde en waardoor de mooiste lessen ontstonden.

Een voorbeeld van interactief voorlezen

Jip & Janneke

Zaaien in het tuintje

© Querido, Amsterdam 1953

Jip heeft een eigen tuintje. Hij mag het zelf omspitten. En Janneke helpt.

Hoe ziet omspitten er uit? Wie wil me dat laten zien? Als niemand het weet kun je het zelf laten zien. Doe het dan met z’n allen even voor.  Dan vraag je naar de functie van omspitten. Welke twee woorden hoor je in omspitten? Hoezo dan om-spitten? En wat gebeurt er dan met de aarde als je het omspit?

Nu is het tuintje omgespit en vader zegt: Vanmiddag zal ik jullie helpen. Dan gaan we zaaien. Bloemetjes zaaien. En worteltjes. Wacht maar tot vanmiddag.

Zaaien. Kun je horen welk woord daarin zit verstopt? Hier gaat het over zaadjes van bloemen en van worteltjes. Wat kun je nog meer allemaal zaaien? Wat hebben jullie wel een gezaaid? En hoe gaat dat dan? Doe het samen. Graaf een denkbeeldig gaatje. Leg er een zaadje in. Laat enkele kinderen vertellen wat ze zaaien. Dek het toe. Geef water. En wachten maar!

Hoeveel dingen om te zaaien kennen we? Tel maar.

Kunnen die allemaal hier in Nederland groeien?

Maar Jip en Janneke zijn zo ongeduldig.

Wat betekent ongeduldig eigenlijk? Waaraan kun je zien dat iemand ongeduldig is? Wanneer ben jij ongeduldig? Waar merk je dat aan?

Ze willen nu meteen iets doen. Vader is naar kantoor en Jip zegt: Zullen we zelf bloemetjes zaaien? Goed, zegt Janneke. Hoe moet dat? Ik weet niet, zegt Jip. Weet jij het?

Wij weten het wel nu hè!

In onze tuin staan bloemen, zegt Janneke. Laten we die maar halen. Dan gaan ze naar de tuin van Jannekes huis. Daar bloeit al heel veel. Kijk deze, zegt Janneke. En ze plukt er een paar.

Heb jij nu een idee wat Janneke van plan is?

En deze, zegt Jip en hij plukt een handvol. Ze hebben nu een heleboel bloemetjes. En ze gaan er mee naar Jips tuintje.

Kijk, zegt Jip, we graven kuiltjes, kijk zo, en we zetten de bloemetjes erin. En dan de kuiltjes weer dicht. O, wat werken ze hard. Eerst een rij gele bloemen. Dan een rij paarse. Ziezo, zegt Janneke. Je tuin is klaar. Hoera.

Wat vind jij van hun idee? Hoe zal het er nu uitzien die tuin?

Als vader thuis komt, roept Jip: Vader, we hebben al bloemetjes gezaaid. En ze bloeien al. O ja, zegt vader. Laat eens kijken. Maar als ze gaan kijken…

Wat zullen zij nu zien?

O jee, de bloemetjes hangen al slap. En sommige zijn omgewaaid. Het is niet mooi meer.

Janneke moet ervan huilen. Het was zo prachtig, snikt ze. Ja zegt vader. Maar als je echte bloemetjes wil hebben in een echt tuintje, dan moet je ze eerst zaaien. En niet zo maar erin stoppen. Kom nu gaan we het goed doen.

Ze halen de bloemen eruit. En vader doet voor, hoe je moet zaaien. Het tuintje is nu weer helemaal zwart. Maar vader zegt: Wacht maar, over een poosje is het groen. En daar wachten ze nu op.

Een mooi moment om zelf sterrenkers te zaaien. En om een filmpje te laten zien waarin je versneld een zaad naar plant ziet groeien.

Zoals je ziet kun je met één simpel verhaal al elementen invoegen van de gebieden: taal, rekenen, aardrijkskunde, beweging, drama, natuur… Door interactief voorlezen gaat het verhaal nog meer leven voor de kinderen!

Hoe lees jij het liefst voor? Lees jij het hele verhaal in één keer voor, of onderbreek je het voor vragen en activiteiten? Of maak je gebruik van een combinatie? Laat het ons weten!