Het thema van de Kinderboekenweek 2013 was Klaar voor de start!, en ging over sport en spel in kinderboeken. Guido van Genechten, ook bekend van de boeken van Rikki, maakte een prentenboek dat perfect past binnen dat thema. Het heet: Igor Stippelkampioen, en het gaat over een lieveheersbeestje dat mee gaat doen aan de Stippelspelen. Hij is alleen wel erg klein, voor welke sport zou hij nou geschikt zijn?

igor stippelkampioen - ideeën voor het thema sport - Juf Bianca

Bestel het boek direct bij bol.com

Laat voor het voorlezen de voorkant van het boek zien, en vraag de kinderen wat ze zien. Er staat een lieveheersbeestje op met een medaille om, waar zou hij die mee gewonnen hebben? Wijs de kinderen op de titel van het boek, nu weten we ook hoe het diertje heet!

Op de eerste pagina staat de tekst van ‘het Stippellied’. Ik zou dat zelf eerst overslaan, het kan altijd na het voorlezen nog besproken worden. Ook zien de kinderen hier stippelringen, doen die hen ergens aan denken? Kennen ze de ringen van de Olympische Spelen?

Lees nu het boek voor. Ik heb zelf de voorkeur voor: eerst een keer voorlezen van a tot z, zodat de kinderen het hele verhaal tot zich kunnen nemen. Daarna nog een keer voorlezen, maar nu interactief. Je stelt dan kijkvragen, denkvragen, bespreekt moeilijke woorden, wijst aan. Nu gaat het verhaal echt leven, dingen die de kinderen de eerste keer nog niet begrepen, begrijpen ze nu wel.

Er staan veel moeilijke begrippen in, maar de strekking van het verhaal is wel eenvoudig. Het lieveheersbeestje ziet allerlei sporters bezig, maar weet bij elke sport dat hij daar te klein voor is. Dit wordt met humor beschreven, wat het voorlezen ook leuk maakt! Maar waar heeft dat kleine beestje dan de medaille mee gewonnen? Hij blijkt de stuurman te zijn van een ‘vier met stuurman’, een perfecte taak voor een klein, licht beestje als Igor!

Er is in dit boek een duidelijke link met de Olympische Spelen, met sporten en wedstrijden, met winnen, met records. Het is daarom erg leuk dit boek centraal te stellen tijdens de kinderboekenweek. Ik geef je enkele tips om dit boek uit te werken!

Taal/lezen

Zoals gezegd worden er veel moeilijke woorden gebruikt in dit boek. Atleten, topvorm, stembandjes, ingewikkeld, deelnemers, tikkeltje, nippertje. Probeer zoveel mogelijk van deze woorden uit te leggen door een synoniem te noemen. Atleten zijn sporters, deelnemers zijn de sporters die meedoen, op het nippertje is net op tijd. Herhaal die woorden eens tijdens de dag (goh, jij hebt je appel op het nippertje op, we gaan zo buiten spelen!).

Gebruik tijdens de kinderenboekenweek veel sport-woorden, zoals start, finish, scheidsrechter, deelnemer, sporter of atleet, startschot, klaar voor de start, aanmoedigen, publiek, winnaar, medaille, kampioen, record. Hierdoor komen de kinderen helemaal in de sfeer van het thema, en breiden ze hun woordenschat uit.

Maak een eenvoudige tekening van sporters op een podium (1,2,3), en maak hierbij een woordcluster. Schrijf bij alle onderdelen het juiste woord (denk aan het lidwoord). Hang dit in de klas op een goed zichtbare plek. Later kun je er vragen over stellen: wijs eens aan, waar zie je de letter s, hoe heet dat ding om de nek van de sporter? Dit zijn makkelijke vragen om even snel tussendoor te stellen.

Laat de kinderen in 4 tekeningen een sportwedstrijd uitbeelden. In de eerste tekening tekenen ze de start, de tweede en derde tekening tekenen ze over de wedstrijd, en bij de vierde tekening tekenen ze de winnaar met een medaille. Van deze 4 tekeningen kunnen ze een boekje maken, misschien kunnen ze er zelf een verhaal bij bedenken en/of schrijven!

Zet boeken over sporten in de leeshoek, zodat de kinderen daarin kunnen kijken. Sommige kinderen zullen bepaalde sporten kennen, en die kunnen andere kinderen er weer over vertellen. (eerder schreef ik een artikel over boekpromotie en de leeshoek)

Igor Stippelkampioen - een leuk boek om te gebruiken tijdens de kinderboekenweek 2013. Veel ideeën om in de klas uit te voeren! - JufBianca

Rekenen

Igor ziet in het boek verschillende sporters hun sport beoefenen, en vaak staat er een scorebord bij. Wijs de kinderen hierop, en vraag of ze de cijfers kunnen lezen (het zijn ‘digitale’ cijfers). De getallen geven steeds de score aan. Dit nodigt uit tot het vergelijken van getallen: welk getal is hoger/groter? Als jij 4 gescoord hebt, en ik 5, wie heeft dan gewonnen? De kinderen kunnen dit zelf oefenen met een eenvoudig spelletje: neem een kaartspel en haal er alle plaatjes uit (of maak zelf speelkaarten van bijvoorbeeld 1 t/m 12). De kinderen verdelen de kaarten eerlijk, alle kaarten moeten op. Nu leggen ze beide tegelijk een kaart op tafel van hun stapel. Wie het hoogste getal heeft, mag de kaarten hebben. Zijn de getallen hetzelfde, dan blijven ze liggen en trekken de kinderen beide een nieuwe kaart. Wie uiteindelijk alle kaarten heeft, heeft gewonnen!

Hoe ver kun jij springen? Heb jij nog zo’n ouderwetse bordliniaal in je klas, neem die dan eens mee naar buiten. Laat de kinderen ‘verspringen’, en meet hoe ver iedereen springt. Wie springt het record?

Gewichtheffen is nog te zwaar voor Igor. De gewichtheffer in het boek heft met gemak 167 gram. Hoeveel is dat eigenlijk? Zet een digitale weegschaal in de klas, en laat de kinderen daarmee spulletjes uit de klas wegen. Waarschijnlijk kunnen ze de getallen nog niet aflezen, maar je kunt ze wel vragen iets te zoeken dat ‘2 getallen weegt’. Igor vindt 167 gram (is: 3 getallen) te zwaar, dus welke dingen zou hij dan wel kunnen tillen?

lieveheersbeestjes telspel - Igor Stippelkampioen - Lespakket

Nog een eenvoudig spelletje, deze keer om het tellen en de getallen van 1-6 te oefenen. Print het lieveheersbeestje een paar keer uit en lamineer ze. Geef de kinderen elk een dobbelsteen en genoeg fiches (je kunt ze ook de getallen laten kleuren, dan hoef je de lieveheersbeestjes niet te lamineren natuurlijk). Een kind gooit de dobbelsteen, telt het aantal stippen, en kleurt het bijbehorende getal of legt er een fiche op. Wie heeft als eerste alle getallen vol? Die heeft gewonnen!

Houd tijdens de kinderboekenweek eens bij met een stopwatch hoe lang een activiteit duurt. Hoe lang duurt het voordat iedereen in de kring staat? Voordat iedereen twee aan twee in de rij staat? Kunnen de kinderen hun eigen record ook verbeteren? Ook hierbij bespreek je dat iets langer duurt als het getal op de stopwatch groter is. Gisteren was het 21, vandaag 25, wat is meer? Wanneer duurde het langer?

Knutselen

Voorin het boek staat ‘geschreven en gestempeld door Guido van Genechten’. Wat leuk, lieveheersbeestjes stempelen! Dit kan met een aardappel, of met een gummetje. Laat de kinderen met rode verf halve (of hele) rondjes stempelen, later kunnen ze er met zwarte stift lieveheersbeestjes van maken. Misschien kunnen ze er wel een boek van maken, wat zijn de lieveheersbeestjes aan het doen?

Igor Stippelkampioen - een leuk boek om te gebruiken tijdens de kinderboekenweek 2013. Veel ideeën om in de klas uit te voeren! - Lespakket

Laat de kinderen ook eens met andere materialen stempelen, bijvoorbeeld wc-rolletjes, noppenfolie, dopjes van plastic flessen. Je kunt de wc-rolletjes zelfs in knippen en daar zo mooie patronen mee maken. De kinderen mogen lekker experimenteren met verf, laat ze ook eens met de ene kleur in de andere stempelen. Soms is het proces belangrijker dan het product!

Er zijn genoeg knutselideeën met het thema sport en Olympische Spelen. Neem eens een kijkje op mijn Pinterest bord bij dit thema. Medailles maken in welke vorm dan ook is natuurlijk erg leuk!

Beweging

Het is natuurlijk een inkoppertje, maar organiseer eens een kleuterklas-spelen! Zet op het schoolplein of in het speellokaal allerlei kleine spelletjes klaar, waar de kinderen zich kunnen meten met elkaar. Wie kan het hoogste gooien, wie durft het hoogst te klimmen, wie kan het vaakst touwtje springen, wie kan het langst op één been staan? Vraag om hulp van ouders of leerlingen uit de bovenbouw, zodat zij de score bij kunnen houden. Net als in het boek kan elk kind laten zien waar hij/zij goed in is: als je niet de sterkste bent, kun je misschien iets anders wel heel goed!

Kijk via het digibord naar filmpjes van verschillende sporten uit de beeldbank van SchoolTV. Bespreek welke sporten te zien zijn, wat er voor nodig is, en of kinderen misschien die sport beoefenen.

Leg uit wat push-ups en sit-ups zijn, en laat de kinderen dat eens oefenen. Ze zullen zich échte sporters voelen!

Zet af en toe eens een liedje of muziekje op, en laat de kinderen lekker bewegen. Bewegen is gezond, en zeker voor wiebelige kinderen is het goed om zo wat energie kwijt te raken! Ook eenvoudige beweegliedjes als de HokiePokie en hoofd-schouders-knie-en-teen doen het goed.

Sociaal emotionele vorming

In het boek gaat het vooral over winnen, maar bij een wedstrijd horen natuurlijk ook verliezers. Bespreek met de kinderen, eventueel aan de hand van een verhaaltje, hoe dat voelt. Is verliezen leuk? Kun je als verliezer toch blij zijn voor de winnaar? Wat kun je zeggen tegen de winnaar als jij verloren hebt? Wat doe je als je je heel verdrietig voelt als je verloren hebt? Benadruk dat de winnaar zich vaak blij voelt, maar dat de verliezer zich niet verdrietig hoeft te voelen. Igor verwoordt het goed: meedoen is belangrijker dan winnen, want als je niet meedoet, kun je niet winnen!

Door het hele boek heen zie je Igor de andere sporters aanmoedigen met een ‘hup-hoi’. Bespreek met de kinderen wat aanmoedigen is (in het boek wordt het ook ‘aanvuren’ genoemd, als Igor tijdens de wedstrijd zijn team sneller wil laten roeien). Waarom moedig je elkaar aan? Gaat een sporter beter sporten als hij aangemoedigd wordt? Tijdens veel sportwedstrijden is publiek aanwezig, zij moedigen de sporters aan. Hoe doen ze dat? Ze roepen, schreeuwen, juichen, ze zwaaien met vlaggen en spandoeken, ze fluiten. Leer de kinderen hoe ze anderen kunnen aanmoedigen, ook tijdens andere activiteiten. Iemand presteert altijd beter als iemand anders hem aanmoedigt! Goed zo, ga zo door, je doet het goed!

De schrijver centraal

Het idee achter de kinderboekenweek is natuurlijk de leesbevordering. Bespreek met de kinderen wie de schrijver is van het boek, en dat hij ook nog andere boeken geschreven heeft. Misschien hebben de kinderen wel enkele van deze boeken thuis? Maak een speciale aandachtstafel waarop deze boeken staan. Hier vind je meer boeken van Guido van Genechten.

Hetzelfde kun je natuurlijk doen met boeken die gaan over sporten! Lees af en toe eens (een stukje) voor uit een boek, en bespreek met de kinderen de voorkant. Zien ze overeenkomsten? Lijken de tekeningen op elkaar?

En zie ook hier mijn verzamelde ideeën voor de kinderboekenweek 2013: alles op één plek!