Inleiding

In dit thema bekijk je samen met de kinderen alle kleine beestjes die in de bosjes krioelen, onder de grond kruipen of door de lucht vliegen. Je ontkomt er niet aan om de natuur in te trekken en misschien zelfs een stukje natuur de klas in te halen. Als de kinderen hun ogen openen voor kleine beestjes, zullen ze heel veel ontdekken! Kijk ook eens bij het thema Vlinders.

Boeken en materialen

  
 

Hoek

Maak een kriebelbeestjes-kijk-hoek: neem een paar tafels, zet die tegen de muur en leg er een bruin kleed overheen. Strooi houtsnippers, leg boomschors en andere natuurlijke materialen neer. Knutsel samen met de kinderen kriebelbeestjes, en zet die in hun leefomgeving. De vliegende diertjes hang je met visdraad aan het plafond. Zet eventueel potjes neer met diertjes erin, zodat de kinderen ze kunnen bekijken. Leg er loepjes (zie hierboven), kijkboeken, tekenpapier en potloden bij, zodat de kinderen kunnen observeren en tekenen wat ze zien.

Knutselen

Slak knutselen: laat de kinderen een rond vouwblaadje tot een spiraal knippen (goede knipoefening!). Plak deze spiraal op met hier en daar wat kleine stukjes karton eronder, dit zorgt voor een 3D-effect. Teken tot slot het lijf van de slak, en stempel eventueel het woord erbij.

slak knutselen - thema kriebelbeestjes - Lespakket

Maak een libelle: Verf een ijsstokje in een mooie kleur. Dit wordt het lijf. Knip van papier de lichaamssegmenten en de kop. Maak aan de kop voelsprieten. Plak op het lijf vleugels van wit vliegerpapier (teken hier eventueel nog lijnen op). Hang de libellen met visdraad aan het plafond.

Spin in web: Met witte wasco of sterke lijm tekenen de kinderen een spinnenweb op wit papier. Daarna (de lijm moet eerst droog zijn) gaan ze er met ecoline overheen. Terwijl dit alles droogt, maken de kinderen een spin van een Chinees hoedje. Die wordt er op geplakt, en klaar!

spinnenweb - thema kriebelbeestjes - Lespakket

Kijk op mijn Pinterest bord voor nog meer knutselideeën en inspiratie.

Kringactiviteiten

ik eet graag vliegjes, die vang ik in een web. Rara, wie ben ik? (spin)

ik heb stippen op mijn rug. Rara, wie ben ik? (lieveheersbeestje)

ik haal nectar uit de bloemen en breng het naar de korf. Rara, wie ben ik? (bij)

ze zeggen dat ik in je oren kruip, maar dat doe ik niet! Rara, wie ben ik? (oorwurm)

ik slaap niet in een bed, al lijkt mijn naam daarop. Rara, wie ben ik? (pissebed)

ik zuig sap uit de planten. Mieren vinden mijn sap lekker, lieveheersbeestjes eten mij op. Rara, wie ben ik? (bladluis)

Lesideeën

telspel lieveheersbeestjes: Klik op het lieveheersbeestje hierboven voor een vergroting en print het een paar keer uit op rood papier. Kleur de pootjes en het kopje zwart met een viltstift. Lamineer de lieveheersbeestjes voor extra stevigheid. Geef de kinderen een paar knopen of fiches en een dobbelsteen. Het kind gooit, telt de ogen, en legt net zoveel fiches op het lijf van het lieveheersbeestje. Oudere kinderen kun je opdracht geven de fiches eerlijk te verdelen. Ze zullen merken dat dit niet altijd goed kan!

Materialen

werkblad woordjes schrijven (met railletters!)

stempelkaarten kriebelbeestjes

woordveld kriebelbeestjes (tip: laat de kinderen bij gemaakte werkjes het juiste woord erbij stempelen)

hoeveel stukjes hoor je? Kleur evenveel rondjes.

Ook heb ik werkbladen, gemaakt met behulp van http://www.learningpage.com.

evenveel

helft

hetzelfde-anders

hetzelfde

hetzelfde2

insecten onderscheiden

insecten onderscheiden2

insecten-spinnen

kleinste-grootste

langste-kortste

maak de plaatjes goed

meer

onderscheiden-tellen 4

op-onder

schaduw

schaduw2

schaduw3

tellen 0 tot 5-net zoveel

tellen 5-6-7-8

volg de cijfers 1 tot 10

volgorde

welke hoort er niet bij

Versjes en liedjes

Vlieg op, dikke vlieg, dikke bromvlieg
je plaagt me en je kriebelt zo
ik wil je niet je wiebelt zo
ga weg jij van mijn neus, dikke neus
ga weg jij van mijn neus

lesidee: laat de kinderen met hun hand een vlieg uitbeelden. Die vlieg gaat hoog en laag. Je laat de kinderen mee ‘zoemen’ (met een klank) met jouw hand. Nu landt de vlieg ergens op het lichaam. Je zingt het lied, en je vervangt ‘neus’ door dat lichaamsdeel: oor, hand, knie, bil, etc. Dit liedje staat op de cd van Liedjes met een hoepeltje er om (cd 2, lied 34).

Een mini-dierentuin (Het grote versjesboek blz. 26)

De slakjes (Het grote versjesboek blz. 105)

Het bijtje en de bloem (Het grote versjesboek blz. 106)

Mieren, mieren, mieren overal waar ik loop
bouwen met z’n allen aan een mierenhoop
tsjonge jonge jonge wat een werk is dat
zou je niet eens willen dat je pauze had?